
Hoi Toby! Kom eens hier, gezellig dier, dat ik je eens fijn borstel.
Wat kijk je toch weer lief uit je ogen, Toby.
Zo, nu is het klaar. Moet je soms plassen?
Zal ik dan een luiertje voor je pakken? Hahaha! Nee hoor, ik plaag je maar, hier is de riem, dan gaan we snel.
Nee Toby, dat mag ik niet zonder papa of mama.
Papa en mama vinden het te gevaarlijk voor me.
Ze zeggen dat er ‘boze mensen’ of zoiets bij het bos lopen. Ik snap niet helemaal waarom ze boos zouden zijn, maar het mag in elk geval niet. Dus daarom dóe ik het ook niet.
Zo lekker ruiken? Ben jij een snuffelkampioen of een neus-detective.
O ja? Hoe weet je dat dan?
Wát? Instinct? Stinkt dat?
Ach ja, de mensen kennen ook een soort instinct, maar dan heet het nog moeilijker. Intwie... hoe heet dat ook alweer? Ja, nu weet ik het: ‘intuïtie’, dat spreek je uit als ‘intuwietsie’. Dat heeft mama me geleerd. Ze zegt dat je dan binnenin iets heel duidelijk voelt. Het lijkt op een stemmetje dat vanbinnen tegen je praat.
Als je goed naar dat stemmetje vanbinnen luistert, weet je precies wat je wél en niet moet doen.
Ja, maar ik luister niet altijd even goed. En als er dan iets geks gebeurt, dan denk ik dikwijls: Zie je wel, ik wíst het, stom stom! Maar goed, daar leer je dan weer van, Toby.
Uhm, nu hoor ik twéé stemmetjes in mijn hoofd. Eén stemmetje zegt: Ja, natuurlijk, da's gezellig. Maar stemmetje twee zegt: Nee, want volgens mij komt papa me vanavond nog even instoppen en dan ziet hij je onder het bed liggen. Dan krijg ik op mijn donder en dan moet jij weer in je mand op de gang slapen. Dus als ik naar mijn intuïtie luister dan zeg ik néé tegen je, Toby.
Ja, kom maar, dan gaan we snel naar je brokjesbak. En niet zo hard trekken,
Toby. Beetje kalm aan, of denk je dat je een hondenrace moet winnen?
Vragen voor jou