
Zeg Toby, wat zit je toch te krabben.
Zitten de vlooitjes je te pesten?
Laat me eens kijken.
Volgens mij zit er een teek in, want ik zie een bobbeltje met een zwart puntje.
Wacht maar eens Toby, die krijg ik er wel uit. We hebben daar een speciaal pincetje voor.
Ik hoop dat het geen pijn doet.
Ja, hier heb ik hem, zie je. Het lijkt wel een klein spinnetje.
Hallo teek, je hoeft niet bang te zijn hoor. Ik laat je zo weer vrij.
Wat deed je eigenlijk in de huid van Toby? Ben je stiekem een minigraafmachientje?
Verstóppertje spelen?
Niet zo supergoed, want anders had ik je niet kunnen vinden.
Voor wie wil je jezelf verstoppen?
Is de wereld zo boos op jou?
Mijn wereld is anders niet zo groot en boos hoor.
Leven wij dan niet in dezelfde wereld?
Daar heb ik eigenlijk nooit aan gedacht.
Dan zou elk grassprietje een grote dikke boom lijken.
Een kiezeltje zou een grote rots lijken.
Een straat wordt dan zo groot als een land.
Een mens wordt een gigantische reus! En ook de dieren lijken opeens héél groot en gevaarlijk!
Voor mij hoef je echt niet bang te zijn. Ik houd van alle dieren.
Het maakt niet uit of ze groot of klein zijn.
Als ik jouw wereld een stuk kleiner kon maken, zou je dan nog steeds bang zijn?
Ik bedoel ook niet de grote wereld, maar wel jóuw wereld.
Zal ik het eens proberen?
Eens effe kijken. Ha, hier heb ik een klein bloempotje. Daar stop ik allemaal piepkleine dingen in; zandkorreltjes, kleine stukjes gras, minibloemblaadjes en nog wat friemelstukjes van een bloemstengel, zie je. Hier in dit bloempotje mag jij voortaan wonen. Dit is jouw nieuwe kleine wereld.
Hier kun je je veilig voelen. Nou, wat vind je ervan?
Jazeker, helemaal alleen voor jou!
Daar gaat ie dan.
Doe maar, ga je gang. Zing, dans en spring jij maar in je nieuwe wereld.
Kijk eens Toby, je dacht dat een teek een vervelend beestje was.
Maar je hebt het nu zelf gehoord: hij was eigenlijk alleen maar bang! Nou, wat zeg je daarvan?
Vragen voor jou